Ken je brein

augustus 5, 2015

KEN JE BREIN

–         Laat je dikwijls rommel rondslingeren en stel je vele dingen uit?

–          Ben je dikwijls nodeloos bang?

–          Word je soms kwaad zonder goed te weten waarom?

–          Ga je vlug in discussie?

–          Wordt je soms vijandig en wraakzuchtig?

–          Eet je soms te veel?

–          Wordt je boos omdat je alweer in de file staat?

–           Heb je nood aan een grote intieme en persoonlijke ruimte

–          Kun je de dingen niet uitstellen en eens rustig nadenken

–          Ben je veel te impulsief

–          Wil je dikwijls gelijk krijgen of de baas zijn in een discussie

–          Zou je soms iemand wel eens een mep willen verkopen?

–          Ben je minder en minder efficiënt

–          Ben je dikwijls moe

–          Ben je soms beu dat ja weer naar het werk moet

–          “Seks”, denk je daar veel aan

–          Kun je je mateloos irriteren in andere mensen

–          Pieker je veel

–          Denk je veel aan vrijen, drinken, werk, slapen, dromen

–          Wil je perfect je werk doen maar het lukt maar niet

–          Lijd je aan sletvrees

–          Lijd je aan smetvrees?

–          Zou je wel eens meer performant willen zijn

–          Vergeet je veel?

–          Zou je wel willen dat de dingen gemakkelijker zouden gaan?

–          Haat je sommige mensen?

–          “Vergeven wel, vergeten nooit.” Zeg je dat ooit?

–          Wil je meer discipline?

–          Wil je meer autoriteit?

–          Wil je meer succes in het leven?

–          Wil je meer geluk?

–          Roep en tier je soms?

–          Wil je de baas zijn?

In een nieuwe workshop leren we dat al deze gedachten of gedragingen uit het brein komen. Zo leren we je een performante methode om daar goed mee om te gaan. De training heet: “De hersenen van het reptiel” om zo aan te geven dat veel van deze wensen en gedragingen uit de oudste structuren van het brein komen.

In deze workshop maken we gebruik van de laatste inzichten in de neurosciensce. We weten nu dat we het brein kunnen opdelen in een deel dat ons bestookt met impulsieve neigingen, agressie en angst en een ander deel dat heel rationeel wil omgaan met de dingen.

– hoe brengen we deze onderdelen van het brein in evenwicht?

– hoe kunnen we daardoor verstandige beslissingen nemen in ons leven, plannen maken en ze ook
uitvoeren?

– hoe vermijden we stress en burn-out?

– hoe communiceren we beter met onszelf?

– hoe leggen we het stemmetje in onszelf het zwijgen op?

– hoe gaan we om met agressie en angst

– hoe gaan we om met die vervekende mensen om ons heen?

– hoe bereiken we wat we willen?

– hoe praten we op met impact?

– heb je soms het gevoel dat je kwaad wordt, in discussie gaat of plots niet meer echt opkomt voor jezelf?

En dat gebeurt allemaal zonder dat je het zelf wilt. En dan heb je nog dat vervelende stemmetje in jezelf dat je voortdurend opjut en ongerust maakt. Zo bereik je nooit je doelen. En je weet niet welke houding aannemen in cruciale situaties!

Wist je dat je brein zo gebouwd is zodat deze dingen bijna niet te vermijden zijn. maar je kunt het leren. beter omgaan met jezelf, je collega’s, je klanten en op een rustige manier betere resultaten bereiken.

Dat leer je in deze workshop.

WANNEER: 19 november 2015

WERKUREN: van 09h30 tot 17u

DEELNEMING: 470 euro plus BTW. Inbegrepen cursus, oefeningen, zeer verzorgde catering en syllabus ( slides) en attest van deelname.

GRATIS MINICURSUS VOOR DE VROEGE INSCHRIJVERS: mensen die inschrijven voort 31/08 kunnen nadien gratis hun denkprofiel laten bepalen op een af te spreken moment. En krijgen dan ook een korte coaching na de afname van die test zodat ze direct aan de slag kunnen. Dat is een buitenkans die na 31/08 niet meer aangeboden wordt. De waarde van dit aanbod, dat gratis wordt aangeboden aan de vroege vogels,  is 150 euro.

Schrijf snel in. je kunt een mail sturen naar info@stressmanagement.be of gebruik maken van de inschrijfknop. Het is nieuw en maakt komaf met vervelende gewoontes en verhoogt jouw performantie.

info@stressmanagement.be

http://www.stressmanagement.be

 

(c) DIFFERENT BVBA


Naast BORE-OUT hebben we natuurlijk ook nog kans op een BURN-OUT

juli 15, 2015

BURN-OUT

In de vorige nieuwsbrief spraken we over bore-out. Nu houden we burn-out tegen het licht.

Burn-out is een toestand van uitputting samen met mentale en emotionele ontreddering. Dat komt door het leeglopen van de energievoorraden in ons lichaam. Daardoor ontstaat een gevoel van hopeloosheid, hulpeloosheid en vooral van waardeloosheid met een laag zelfbeeld. Dit kan gepaard gaan met hoge bloeddruk, hartlijden, en uitmonden in een depressie. Het is dus goed dat we de waarschuwingstekens van burn-out kennen.

Meestal zien we een burn-out na een lange toestand van stress met weinig recuperatiemogelijkheden. We weten nu dat een beetje stress goed is voor ons, maar het mag niet te lang duren. “That which does not kill us makes us stronger.” (Friedrich Nietzsche)

Maar er is ook een ander gezegde:  “Overwork can kill (bmj). Onlangs stierf een jonge Britse dokter na vele uren overwerk met weinig slaap. Ook in ons land zien we dit soms. In Japan kent men zelfs “Karoshi”. Karoshi is dood door overwerk. Veel onderzoek is nog nodig want er zijn grote individuele verschillen en men kent alle variabelen nog niet. Maar er is zeker een interactie tussen fysieke en psychosociale oorzaken. Hoge werkbelasting met weinig recuperatiemogelijkheden en weinig autonomie verhogen de kans op ziekte en sterfte.

Te laat komen op het werk, uitstelgedrag, woedeaanvallen of angst kunnen wijzen op burn-out. In onze hersenen hebben we een klein gebied in het reptielenbrein dat al onze gevoelens registreert. Dit gebied heet de amandelkern of  amygdala. In deze kern worden al onze angsten veroorzaakt.  Dit gebied heeft geen communicatie- eigenschappen maar slaat vlug op hol. Zoals een schichtig paard bij gevaar. Eens in deze modus kunnen we enkel nog vechten ( woede), vluchten ( angst) of verstijven ( uitstellen). We hervallen in het gedrag van de prehistorische mens. En dat gedrag wordt door een burn-out uitgelokt.

Soms kan ook onbeheersbare woede ontstaan en cynisme over het gedrag en de prestaties van de medewerkers. Dergelijke woede kan gevaarlijk zijn. Zowel voor je emotionele stabiliteit als voor je hart. En voor je relaties!  Woede moet deskundig aangepakt worden.

Het frequente laatkomen of uitstellen moet een licht doen branden. Men vermijdt dan contact met collega’s of de chef. Men gaat niet meer graag naar een vergadering en zondert zich af in het bureel, als het kan met de deur – letterlijk of figuurlijk- op slot. Men isoleert zich en dat maakt alles nog erger. Want dan spreekt men met niemand over zijn klachten en mist men sociale steun. En dan is de ziekte voor vele collega’s en dierbaren een complete verrassing.

Daarnaast klagen deze mensen vaak van pijnen zoals  hoofd-, nek-, of rugpijn, en een daling van de algemene weerstand tegen infecties of kwaadaardige ziekten.

Mensen verliezen zo al hun hoop op een zinvolle job en een zinvol leven en voelen zich geïsoleerd en waardeloos. Onnuttig en onnodig. Alle illusies kwijt, niet meer geïnteresseerd in het werk. Ze zien niet meer in dat een werk niet gelijk staat met een leven. Ze denken dat ze alles verloren hebben. Zo worden ze erg negatief. Ze leren niet meer hun angsten en woede aan te pakken.

En dat kan nog erger. Naast desinteresse voor het werk komt er later ook een desinteresse voor de activiteiten buiten het werk.  Ze betrouwen niemand meer en slapen ook niet meer want ze piekeren. Gevaarlijk is dat hier ook middelengebruik kan opdagen met verslaving aan alcohol, medicatie of drugs. Of er ontstaan andere obsessies en risicovol gedrag.

Men moet alert zijn voor  deze signalen om een burn-out snel te herkennen. En praten met de chef of collega’s of hulpverleners. En letten op de thuissituatie. Daar kan je veel hulp vinden.

In een volgend artikel zullen we enkele tips aanhalen om een burn-out aan te pakken of te vermijden of om herval te vermijden.

(c) Nadruk en verspreiden verboden. Different BVBA

http://www.stressmanagement.be


Zelfsabotage door cognitieve dissonantie

maart 23, 2015

OVER FOUTEN EN DE MOEITE DIE WE NIET DOEN OM ZE AF TE LEREN.

 

  1. Antonioni: Met alle moeite waarmee wij sommige van onze fouten verbergen, konden wij ze ook gemakkelijk afleren.

Cognitieve dissonantie is een spanning die ontstaat bij het besef dat wat we doen of voelen niet overeenstemt met wat we denken. We volgen onze eigen mening dus niet. We ontkennen onze eigen waarden en overtuigingen.  En soms doen we dan dingen waarvan we weten dat ze niet goed zijn. Volgens de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger  ontstaat dan een heel onaangename toestand binnen onszelf. Want we verkeren  in een toestand van innerlijke verscheurdheid.

Festinger werd ook beroemd door zijn  theorie van sociale vergelijking. Die theorie zegt  dat vele  mensen zichzelf voornamelijk beoordelen door zichzelf met anderen te vergelijken. In de opleiding  denktechnieken zouden we dat een extern referentiekader noemen. En wanneer je je zelfbeeld laat bepalen door wat anderen van je denken, dan ben je in gevaar.

Wij zullen proberen ons gevoel en ons denken weer met elkaar in overeenstemming te brengen.

Cognitieve dissonantie is een gevoel van inconsistentie tussen wat je doet en wat je denkt. Dit veroorzaakt een onaangename innerlijke toestand.  Er zijn mensen  die dan zullen proberen hun ervaringen opnieuw te interpreteren.  Sommige mensen voelen  dan een sterke neiging om deze dissonanties te verkleinen door hun opvattingen ofwel hun  gedrag aan te passen. Met andere woorden, ze liegen dan tegen zichzelf en tegen de anderen. En dat is nefast. Want de andere mensen hebben dat wel door en zullen meewarig met het hoofd schudden. Je komt niet meer authentiek over.

Voorbeeld
Je mag lid worden van een exclusieve denktank. Dat is een hele eer. Na een paar bijeenkomsten zie je dat het gewoon een praat- en roddeltank is. Maar toch ervaar je cognitieve dissonantie. Je blijft geloven dat het een zeer wetenschappelijk gezelschap is.

Een klassiek voorbeeld:  een uil zit roerloos en heeft een muis in de gaten. Plots vliegt hij op, recht op de muis af. Maar toch was deze hem te snel af. “Ach,” zegt de uil, “Het loonde niet eens de moeite. Dit dier was te mager, vel over been.” De uil wou iets bereiken maar mislukte daarin. Hij geraakte in een toestand van cognitieve dissonantie en zocht uitvluchten om zichzelf goed te praten en goed te voelen.

Gevolgen voor werken in groepen

Medewerkers die een grote bijdrage leveren aan de werking van een groep hebben dikwijls een grote verbondenheid met de groep. Want tijd en energie steken in een groep kan een ongemakkelijk gevoel opleveren. Tenzij je denkt dat de groep ook veel te bieden heeft. En dus voel je je meer verbonden met de groep.

Waarom zouden we het zo moeilijk hebben om onze vergissingen gewoon toe te geven? Waarom verdedigen we zelfs acties, ook al weten we dat we er naast zitten. waarom stellen we ons gedrag niet bij maar  beginnen we met een proces van zelfrechtvaardiging. Dat moet ons helpen om een stevig zelfbeeld te behouden.

Waarom is het voor de meeste mensen zo moeilijk om een fout toe te geven of te bekennen dat ze zich vergist hebben? Waarom blijven ze soms tegen alle evidentie in  vasthouden aan hun opvattingen en hun manier van doen?

Zelfrechtvaardiging stelt ons in staat om spanning op te heffen en onze innerlijke rust te hervinden.
Zonder zelfrechtvaardiging zouden we gebukt gaan onder schaamte of spijt.

Maar ook de nadelen zijn duidelijk. We worden blind voor onze fouten en zullen dus niets meer bijleren.  Topmensen vertonen soms grote hebzucht, dictators onderdrukken soms  hun bevolking. Wetenschappers blijven vasthouden aan achterhaalde theorieën.  Waarom blijven sommige mensen  evidente blunders herhalen?  Juist, cognitieve dissonantie.

En de zelfrechtvaardiging garandeert hun nachtrust.  Mensen beginnen zich soms te wentelen in de slachtofferrol of bedriegen zichzelf constant.

Geen fouten maken is geen optie. Iedereen maakt wel eens fouten. Maar fouten durven toegeven en ervan leren is de kunst.

Dan hoeven we ons niet meer te vergelijken met andere mensen. Dan krijgen we vanzelf een authentiek en sterk zelfbeeld. En dan kunnen we de denktechniek van het externe referentiekader ook achter ons laten.

© Different BVBA

Dr. L. Swinnen


De opkuisfunctie van de slaap

maart 10, 2015

De gedroomde slaap

Elke dag moeten we een compleet mysterie beleven, de slaap. Dan wordt de werkelijkheid geordend en herschikt en dan ondergaat ons brein een complete wasbeurt. Geniale invallen kunnen dan soms binnenkomen en in het beste geval heb je papier en pen klaar om deze invallen te noteren. Bij het wakker worden kun je deze schrijfsels dan meestal niet meer lezen.

Slaap kan je overvallen dag en nacht.

Vele nare ervaringen worden verwerkt tijdens de slaap. Over de slaap bestaan vele mythen en verhalen. En fabels. Zo denken we soms dat de uren voor middernacht dubbel tellen, of dat je minstens acht uur per nacht moet slapen. Dat is volkomen onwaar natuurlijk.

Wat we wel weten is dat slaaptekort erg gevaarlijk kan zijn.  Je wordt dan stressgevoeliger, emoties worden uitvergroot zodat angst en ook woede kan ontstaan en je een gevaar bent in het verkeer. Je efficiëntie daalt en de kwaliteit van je leven gaat sterk achteruit.

Tijdens de slaap zijn er categorieën. Slaap heeft een bepaalde design. Tijdens de slaap doorloop je verschillende stadia.

stadium 1:  de inslaapfase

stadium 2:  de lichte slaap

fase 3 en 4: de diepe slaap met volledige ontspanning. Dat is het moment dat onze energie wordt aangevuld om de volgende dag weer fris aan de slag te kunnen.

REM-slaap: de droomslaap. REM betekent Rapid Eye Movement. Want de ogen zijn in deze fase voortdurend in beweging. Dan sorteer je de belevenissen van de dag in het korte en lange termijn geheugen. Deze belevenissen worden in de juiste context geplaatst en beter begrepen. Dit is ook de fase waarin we dromen. Vandaar dat men soms een nachtje moet slapen vooraleer tot actie over te gaan. Bij kleine kinderen is minstens de helft van de slaap een REM slaap. Ze moeten immers nog veel leren.

In het ideale geval worden per nacht minsten vier dergelijke cycli doorlopen.

Finse medici hebben een wekker voor Nokia-telefoons gemaakt. Deze wekker luistert via de microfoon naar bepaalde geluiden die de fase bepalen waarin je je bevindt in de slaapcyclus. Ook bewegingen en snurkgeluiden worden gemeten. Men wil  het moment bepalen waarop de slaper klaar is om wakker gemaakt te worden.

 

 

 

Storende factoren in de slaap

Heel wat factoren kunnen uw slaap beïnvloeden:

  • Ploegendienst verstoort de slaapcyclus en het is niet aangewezen een gans mensenleven in ploegen te werken.
  • Zware maaltijden of veel alcoholgebruik voor het slapen gaan werken zeer storend
  • Lawaai
  • Spanning, angst of woede voor het slapen gaan
  • Medicatie en de kwaliteit van bed en matras
  • De obsessie voor een goede slaap werkt tegen ons. Als we WILLEN slapen, dan lukt het niet. Een goede slaap komt rustig, organisch, en vanzelf. Je kunt het gebeuren niet forceren en vooral het veelvuldig gebruik van slaapmiddelen is een slecht idee

 

Functies van een goede slaap

1. Je leeft gezond dankzij een goede slaap.  Na langere tijd met slapeloze nachten kun je ernstige gezondheidsproblemen krijgen. Hogere glucose  spiegels in je bloed, hartklachten en obesitas.

2. Jouw seksleven zal verbeteren als je je slaap verzorgt.  Bij mannen daalt testosteron na een slechte nacht.  Dat kan een relatie ernstig verstoren.

3. Tijdens de slaap gebeuren veel cognitieve verwerkingen. Informatie wordt geanalyseerd en geordend. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen krijgen een kleur en herinneringen worden opgeslagen. Emoties worden verwerkt.

Deze processen zijn zeer belangrijk. Dankzij deze cognitieve processen blijven we niet vast zitten in akelige emoties. Angst en woede nemen af. En een herinnering kan gemakkelijk weer naar “boven” gehaald worden en in de juiste context geplaatst. Nieuwe feiten moeten in de juiste context worden geplaatst. Dit moet allemaal tijdens de slaap gebeuren want anders zou de informatie die tijdens het wakker zijn binnenkomt de informatie verstoren die nog moet worden verwerkt.

 

4. Onthouden en leren gaat beter na een goede slaap.

De hoeveelheid slaap die je nodig hebt stijgt als je weinig geslapen hebt de laatste dagen. Dan creëer je een slaapschuld.  Je lichaam stuurt signalen om je te verplichten die slaapschuld in te halen.  Ondertussen zal je beoordelingsvermogen en je  energie in slechte zin evolueren. Het is daarom van groot belang je slaapschuld snel in te halen. En een slechte nacht vergt al vlug enkele nachten gezonde en diepe slaap.  Je zult merken dat je vlugger in slaap valt als je die schuld hebt ingehaald.

Wat er verder gebeurt met informatie is ook belangrijk. Overdag komen duizenden indrukken op ons af. Soms erg subtiel. Oogcontact, intonatie van een gesprekspartner, kleuren die ons overdag niet zijn opgevallen. Tijdens de slaap gaat ons brein hiermee aan het werk. Wat heeft betekenis, wat is louter toeval?

Na een nachtje slapen kunnen we dan beter onthouden en begrijpen. We zijn een beetjes slimmer geworden. In studies bij studenten merkten wetenschappers op dat studenten die overdag studeren, dan een nachtje slapen en dan een test deden, veel betere resultaten hadden dan een proefgroep van studenten die onmiddellijk na het studeren een examen moest afleggen. Leren is van groot belang om te overleven. Iets wat gevaarlijk is moeten we in de categorie ‘gevaar!’ steken zodat we deze gevaarlijke toestand geen tweede keer moeten herbeleven. Leren is moeilijk. Maar slapen is leren. Ook tijdens het namiddagdutje. Maak er gebruik van!

5. Tijdens de slaap wordt ons brein “gewassen”, volgens het wetenschappelijk tijdschrift Science.De hersencellen nemen wat af in volume en zo hebben bepaalde  lichaamsvloeistoffen vrije doorgang. Deze vloeistoffen ruimen dan afvalstoffen op. Deze afvalstoffen zijn een gevolg van de spanningen overdag en zitten tussen de cellen.

Dit proces is de belangrijkste motivatie om het slapen goed en voldoende te verzorgen. Want in wakkere toestand is dat opruimproces niet mogelijk. Het kost teveel energie als de hersenen actief zijn.

Problemen met deze reiniging kunnen we ons echt niet veroorloven. Want ze dragen bij tot ziekten als dementie.  Dit moet nog nader worden onderzocht maar de aanwijzingen zijn duidelijke en overdonderend. En de slaap is noodzakelijk. Een brein moet opgeruimd en geordend worden. En net als met het opruimen van je bureel is daar rust voor nodig. Je kunt niet multitasken. Werken en opruimen gaan niet tezamen. Het afvoersysteem in het brein is op zijn best tijdens de slaap. De giftige eiwitten die zich hebben opgehoopt terwijl het brein maximaal werkt moeten worden verwijderd. Deze giftige stoffen verdwijnen tijdens de slaap na een grondige opruimactie. Deze opruimactie is maar mogelijk door de lichte inkrimping die de hersenen dan doormaken zodat de afvoer op zijn best verloopt. De “afval” komt via het bloed in de lever terecht en wordt daar verbrand. Dit mechanisme is zeer actief tijdens de slaap zodat het brein ook tijdens de slaap energie verbruikt. Er moet dus gekozen worden. Ofwel wordt energie verbruikt om alert te zijn, ofwel gaan de hersencellen aan het opruimen. Daarom is de slaap zo belangrijk. En daarom sta je best tijdens de nacht niet op om andere activiteiten te doen. Want dan wordt de opruimactie stop gezet.

6. Het slaapritme is mooi geregeld. Het hormoon melatonine verwekt slaperigheid en wordt actief bij de duisternis. Dus in de nacht vallen we als het goed is, vanzelf in slaap. Nu hebben heel wat mensen dat mechanisme verstoord want we hebben tegenwoordig kunstlicht en beeldschermen. Daarmee kun je je hele nachten wakker houden. De uitvinding van de gloeilamp is een ramp voor een goede slaap. Wellicht was in oorsprong de slaap geregeld om tijdens de duisternis inactief te worden. In de oertijd viel er tijdens de nacht weinig te beleven. De oermens kon niet op zoek naar voedsel en de omgeving werd gevaarlijk door de aanwezigheid van roofdieren die een goed zicht hadden in  het donker. De oermensen zochten dus een schuilplaats op als het donker werd en trokken zich terug in holen en spelonken waar het veiliger was.

 

Tips

  1. Zorg voor voldoende beweging overdag. Liefst buiten in open lucht en in de zon als het kan. Oefen overdag, liefst voor het middagmaal. Ben je ouder dan 45 jaar en ben je niet gewoon te oefenen, loop dan even bij de arts langs vooraleer je eraan begint. Laat je ademhaling, hart en bloeddruk zeker controleren.
  2. Vermijd zware maaltijden en alcohol vlak voor het slapen.
  3. Een gemiddelde persoon heeft 7-9 uur slaap per nacht nodig. Best handhaaf je een vast schema. Want je hebt allemaal een interne klok om het dag-nacht ritme te regelen. Het is gemakkelijk te leven volgens dat ritme van deze interne klok. Dan blijf je gemakkelijker wakker als het nodig is en slaap je gemakkelijker in op vaste tijdstippen. Het hormoon melatonine speelt daarbij een grote rol.  Het is lichaamseigen en je maakt melatonine aan bij het invallen van de duisternis. Dat veroorzaakt dan slaperigheid. Omdat het een hormoon is mag je een supplement enkel nemen op strikt doktersadvies. Men kent de gevolgen van een inname niet op langere termijn en je weet maar nooit. Neem melatonine nooit als slaapmiddel maar uitzonderlijk eens als slaapregulator. Maak gebruik van jouw normaal bioritme, geregeld door melatonine. Probeer daarom in de winter misschien iets meer te slapen dan in de zomer. Want er is dan minder licht en dus maken we meer melatonine aan.
    En blijf in elk geval niet tot laat in de nacht wakker voor een beeldscherm staren. Want dan verstoor je het normale ritme.
  4. Onze interne klok werkt het best als de slaapkamer aanzet tot slapen: voldoende duister, rustig, niet te warm en niet te koud. En geen andere activiteiten op de slaapkamer zoals TV-kijken of boeken lezen.
  5. Plan de gebeurtenissen van de volgende dag niet nog laat in de avond. Want de zorgen en angsten die morgen misschien komen kun je best missen voor je gaat slapen. Plan je volgende dag onmiddellijk na het avondmaal en stop dan met piekeren. Als je dat een aantal maanden vol houdt dan zul je zien dat het een gewoonte wordt. Niet meer piekeren gedurende de avond. Pieker op vaste tijdstippen overdag. Tijdens de avonduren is het tijd om relax te leven.
  6. Een dutje overdag is gezond. Dus als je de mogelijkheid hebt, is dat aan te raden. Een korte nap overdag kan ervoor zorgen dat je beter functioneert, je bloeddruk kan dan dalen, en je leeft zelfs langer. Maar als je slaapproblemen hebt moet je degelijke nap wel kort houden, een 30 minuten is goed, en best vroeg in de namiddag.
  7. Eet geen zware maaltijdeden voor het slapen. Dan moet de beschikbare energie niet naar het maagdarmstelsel en kan deze energie gebruikt worden voor het opruimen van giftige eiwitten.
  8. Een goede methode om de broodnodige slaap te verzorgen is even voor het slapen gaan relaxatieoefeningen te doen. Ook kan je rustige situaties visualiseren, met beelden vol kleur en beweging. Of mediteren.
  9. Een ernstige slaapverstoorder kan lage rugpijn of nekpijn zijn.  Dat kan zelfs toenemen in bed. Vraag advies aan je dokter. Raadpleeg een specialist om te kunnen slapen op een aangepaste matras en hoofdkussen. Een matras is een individueel iets. Een juiste keuze vraagt veel meten en uitlijnen.

10. Als deze inzichten en technieken niet helpen, consulteer een dokter. Neem niet te vlug of te  langdurig medicatie, en zeker niet op eigen houtje. Meer dan 28 procent van de bevolking geeft aan  zware problemen te hebben met de slaap. Dat wordt erger met het ouder worden. En dan neemt men  vlug een slaappil. Een automatisme met zware negatieve gevolgen. Medicatie is verslavend en verstoort  de REM-slaap. Men leert minder tijdens de slaap en de opkuisactie in ons brein verloopt veel moeizamer.


Draag zorg voor je brein

december 11, 2014

Begin deze maand verscheen een ietwat vreemd artikel van de Utrechtse neuropsycholoog Boelema. In dat artikel werd beweerd dat drinkende jongeren geen schade ondervinden aan hun geheugen,  impulscontrole of concentratievermogen. Wat volgde was een discussie op verschillende fronten, wetenschappers en leken.  Maar er ontbraken toch wel enkele metingen van de hersenfuncties in dit onderzoek.  Er waren wat testen. Maar onmiddellijk stonden de “gelovigen” op in onze wereld en ze begonnen dreigend te zwaaien, te roepen en te tieren en over de nadelen van alcohol te preken. Nu, dat zal wel juist zijn. Alcohol heeft, zeker in hogere dosis en bij kinderen en pubers een nefaste invloed. Vooral op de vaardigheid van zelfregulatie. Dit  is contact maken met je emoties, gedachten  en je gedrag en met de anderen.

Altijd online en bereikbaar zijn, multitasken, landschapsburelen,… Ons werkgeheugen staat meer dan ooit onder druk, met ernstige gevolgen voor onze productiviteit, en gezondheid.

Ook stress en depressieve symptomen zijn gecorreleerd aan een slechter geheugen en tragere verwerking van informatie.

De impact van negatieve gebeurtenissen is eveneens negatief voor ons werkgeheugen. We vergeten dan vlugger, beginnen te piekeren en maken fouten.

Laat ons naar aanleiding van deze discussie eens overlopen wat we kunnen doen om ons brein in goede conditie te houden.

  1. Gebruik uw brein. “Use it or lose it”.

Wanneer je regelmatig je brein op scherp houdt, vergeet je minder snel, maak je minder vergissingen en kun je je beter concentreren.  Dus:

Lees regelmatig een spannend boek of ga naar een lezing. Vooral een boek lezen is belangrijk.

Volg discussies op radio en in de pers

Bezoek eens een museum

Luister naar muziek

Hou je bezig met abstracte vormen van kunst of wiskunde. Ja, wiskunde is kunst.
Doe eens moeilijk. Probeer voeding te herkennen met gesloten ogen bijvoorbeeld.

  1. Let wel op, je kan zomaar niet ineens aan zware sport beginnen, maar wandelen en fietsen in open lucht, dat is goed voor je brein.
  2. Eet gezond. Let op je gewicht want obesitas verhoogt de kans op dementia.
  3. Let op je bloeddruk en cholesterol. Eet zo weinig mogelijk gefrituurd voedsel. Eet olijfolie en geen klieders boter of room, ook al zeggen de Tv koks het zo graag anders. Eet fruit en groenten en veel vis en dan vooral vette vis. Want je hersenen worden gevoed door kleine gespecialiseerde bloedvaten en we kunnen het risico op klontervorming daarin beter beperken. En wat men ook moge beweren, het eten van klieders room is slecht voor deze bloedvaten.
  4. Kijk uit met alcohol en gesuikerde dranken. Dan heeft invloed op het energieniveau van je werkgeheugen.

Alcohol beschadigt je brein en lever, soms voor altijd. Drink dus alcohol voorzichtig en met mate

  1. Zorg voor een aantal goede vrienden. Praten met vrienden maakt je een snelle denker. Bel eens een goede vriend op en bouw aan een goede relatie.
  2. Let op uw stressniveau.

Verzorg daarom uw ademhaling, probeer veel humor in te bouwen in je leven, probeer eens te mediteren…Vooral rustig ademen is belangrijk. Je moet inademen zoals je het parfum van een roos opsnuift en uitademen zoals bij het uitblazen van een kaars. Buikademhaling dus. Wie  2 x daags 10 minuten focust op de ademhaling ervaart meer rust en houdt zijn brein in conditie.

  1. Verzorg ook je slaappatroon.
  2. Train je geheugen. Schrijf veel op. Doe niet aan multitasking.
  3. Probeer namen te onthouden. Spreek mensen aan met hun voornaam aan, dan ben je verplicht een inspanning te doen deze namen te onthouden.
  4. Verzorg je zelfbeeld. Je hoeft heus geen narcist te zijn maar zelfrespect is erg belangrijk. Dan ben je ook meer geneigd je brein te verzorgen. Voel je niet onzeker of minderwaardig en vergelijk je niet met anderen. Haal gewoon het beste uit jezelf.

 

Ik weet het, het lijkt allemaal nogal triviaal maar het werkt echt. En het goede nieuws is dat je met deze eenvoudige hulpmiddelen genoeg hebt. Je moet echt niet investeren in dure games, spelletjes of voedselsupplementen. Aan bovenstaande manier van leven heb je genoeg.

 

Luc Swinnen


Sociale Steun

december 8, 2014

Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.” M.L. King
Een sterk sociaal netwerk kan je helpen bij zware en chronische stress en bij aanhoudende ziekte zoals een burn-out.

Een goed sociaal netwerk is opgebouwd door vrienden, familieleden en collega’s. Goede relaties op het werk kunnen zeer belangrijk zijn voor een goed sociaal netwerk. Daarom is de sociale isolatie en inhibitie die dikwijls gepaard gaan met een burn-out zo nefast.

Sociale netwerken bouw je op tijdens gezonde periodes waar er weinig stress is. Het moet allemaal niet erg geformaliseerd zijn. Een telefoon, een positieve ingesteldheid, eens samen wat eten of koffie drinken doet wonderen. Maar je moet goed kunnen luisteren, soms eens hulp bieden, de anderen waarderen en appreciëren. Meningen mogen verschillen, maar je moet respect kunnen opbrengen voor de mening van een ander. Gelijk krijgen is niet hetzelfde als gelukkig zijn. En wat ook wel goed om weten is: je kunt wel duizenden “likes” hebben in de sociale media, maar echte vrienden zijn dun gezaaid.
Volgende dingen zul je nooit tegen komen met goede vrienden:
1. Echte vrienden roddelen niet. Ze verspreiden nooit feiten die tot je privé leven behoren.
2. In je sociaal netwerk valt men mekaar nooit persoonlijk aan. Er wordt gepraat en geluisterd en men richt zich op de overeenkomsten, niet op de verschillen tussen elkaar.
3. Je komt er geen zinloze conflicten tegen. Een echte ruzie is een lose-lose communicatie. Alle partijen verliezen.  Wees dus altijd respectvol en ga enkel win-win relaties aan.
4. Je kan er veilig praten en je wordt er niet onderbroken.
5. Echte vrienden steunen je en moedigen je aan om je doelen te bereiken.
6. Er worden geen oude koeien uit de gracht gehaald. Het verleden is voorbij, de toekomst moet nog komen. Echte vrienden richten zich op het hier en nu.  En men is niet jaloers op je succes.
9. Echte vrienden oordelen niet of proberen je niet te veranderen.  Niemand is perfect. Bij echte vrienden mag je ook echt en authentiek zijn. Je bent misschien niet perfect, maar dat hoeft ook niet bij echte vrienden.
10. Echte vrienden hebben een lange termijn visie. Ze zijn bereid je doorheen moeilijke periodes te helpen en blijven je steunen als het lastig wordt.


De grote stressenquête op TV één bij ” Ook getest op mensen” ism met Marcel Vanthilt

november 27, 2014

Op TV één was er een grote enquête over stress en burn-out in “Ook getest op mensen” bij Marcel Vanthilt. De vragenlijst was gevalideerd en werd ingevuld door meer dan 70 000 Vlamingen.

Acht op de tien Vlamingen ervaart stress op het werk en één op acht heeft een risico op burn-out.  Slechts één op de vijf deelnemers zit in de veilige groene zone.

Burn-out bestaat uit extreme vermoeidheid, een cynische afstandelijke houding ten opzichte van werk en collega’s en een ongeloof in eigen talenten.

Sociaal leven als buffer

De deelnemers kregen vragen  als ‘Ik ontdek steeds weer nieuwe en interessante kanten aan mijn werk’, ‘Ik kan me geen ander beroep voorstellen’ of ‘Na mijn werk voel ik me nog fit voor mijn vrijetijdsbesteding’. Vooral die laatste stelling meet de mentale en fysieke fitheid na het werk.

‘Een burn-out is een energieziekte.  En dat is juist het probleem. Je  leven naast je werk is net een buffer tegen stress. Wie daar geen energie meer voor heeft, krijgt vlugger een burn-out.

In totaal deden maar liefst 76.000 Vlamingen mee aan de enquête, en de resultaten waren werkelijk onthutsend. Maar de eindresultaten  met kleurcodes waren sprekend:  15%, of één op de zeven Vlamingen, zit in de rode zone en stevent af op een burn-out. Nog eens 68% van alle deelnemers blijkt niet helemaal ervaart regelmatig spanning op het werk en kreeg een oranje code. Hier moet toch ook actie ondernomen worden, wat op lange termijn  kan dit leiden tot een burn-out. Dus slechts 17%, of niet eens één op de vijf Vlamingen verklaarde geen stress te ervaren.

Praat erover, blijf er niet mee lopen, consulteer de huisarts, zeker de groep in de rode zone. Wees geen perfectionist, zorg voor jezelf en probeer geen bergen werk te verzetten in een keer.