MINDSET

oktober 12, 2016

Waarom willen we gelijk halen, ook al hebben we ongelijk? Want we weten dat verschillende mensen verschillende overtuigingen hebben. Veel mensen zouden liever sterven dan van overtuiging te veranderen. Kijk maar eens naar het politiek gekibbel op dit moment.

Mensen willen wel veranderen maar niet veranderd worden. Het antwoord ligt in ons brein. Een goed brein met veel cognitieve reserve bouw je maar uit samen met een onderzoekende mindset.  Ben je nieuwsgierig, geniet je van nieuwe informatie en kennis.?  Wil je een onderzoek tot een goed einde brengen zonder je te  laten hinderen door belemmerende overtuigingen?  Beschouwde je je als een zwakkeling omdat je van idee verandert?  Heeft  verkeerd zijn iets met slecht of goed te maken, of durf je daar eerlijk voor uit te komen?

Een voorbeeld van dergelijke mindset vinden we ook bij Galilei terug. Galilei beweerde dat de aarde om de zon heen draaide en niet omgekeerd. En dat kwam niet overeen met de opvatting van de toenmalige kerk.  In oktober 1632 werd Galilei opgeroepen om te verschijnen voor de kerkelijke rechtbank in Rome om zich te verantwoorden. Hij werd bedreigd en onder huisarrest geplaatst.  Uiteindelijk is het voor Galilei goed afgelopen. Maar ook hij heeft moeten betalen voor zijn verlangen om de waarheid te kennen.

Toch is dergelijk verlangen een kenmerk van een gezond brein. Zo bouw je cognitieve reserve op.

Indien we  als individuen en als samenleving vooruit willen komen hebben we  een beter inzicht in onze mindset nodig. Dus niet zozeer kennis van retoriek of economie, maar inzicht in onze gevoelens en vooroordelen. Kijk naar de politiek en kijk eens wat overheerst. Is dat inzicht en kennis of zijn het eerder vooroordelen en emoties? Zie je daar een mentaliteit van onderzoeker, nieuwsgierigheid  en een open geest?  Wil men toegeven als men  eens verkeerd is?

Een onderzoekende mindset is steeds op zoek naar nieuwe feiten. En feiten die niet door vooroordelen worden gevormd. Dan zal ons gevoel van geluk, efficiëntie en collegialiteit toenemen. Dan zullen we het aantal burn-outs zien dalen.

Bovenstaande is een voorbeeld  van zogenaamde “motivated reasoning”.  Motivated reasoning is de onbewuste neiging van mensen om nieuwe informatie te doen passen bij een doel dat men wil bereiken. Afwijkende resultaten zullen dan wel slecht zijn of voortkomen uit niet goed opgezette studies, denken ze.

Ik zie soms in trainingen dat mensen in weerstand gaan wanneer we als trainer onze mening durven zeggen. Want soms klopt dat niet met hun bestaande vooroordelen. Die weerstand komt dan voort van de “motivated reasoning”.

Het is juist een kenmerk van een open, verkennende en leergierige geest open te staan voor alle nieuwe argumenten en daaruit een eigen  mening te distilleren.  Dus “motivated reasoning”  verklaart soms onzinnige waarneming. Onze emotie, ons doel verklaart onze waarneming, ten koste van de objectiviteit. En daar speelt het brein weer een cruciale rol.

Een mindset waarin  bezorgdheid en onderzoek primeert speelt een grote rol. Deze mindset wordt gevormd door een aantal chemische producten die in ons brein worden aangemaakt: oxytocine, serotonine, dopamine, endorfine. We zullen het daar nog over hebben. En op 20/04/2017 kun je er alles over vernemen op het congres in Gent.

(c) DIFFERENT BVBA


HET OERBREIN

februari 15, 2016
Brain

Scanning of a human brain by X-rays

header3

Ons brein is complex en bestaat uit een aantal structuren. We onderscheiden drie lagen: de neocortex, het emotionele brein en het reptielenbrein.

Ons leven wordt nog altijd voor een groot deel beïnvloed door het reptielenbrein. Denk eens terug aan een dinosaurus. Deze dieren hadden een brein zo groot als een walnoot. En de oermens stamt af van voorouders met dergelijke hersenen. Toch zijn deze oerhersenen een meesterlijk ontwerp.

Deze oerhersenen hebben af en toe acute stress nodig. Dat werd voor de eerste keer indrukwekkend aangetoond door Darwin, de grondlegger van de evolutieleer. Hij heeft de echte functie van stress ontdekt. Die zet aan tot vernieuwing en tot evolutie. Problemen worden opgelost door een goede veerkracht. De meesten hebben een beetje gezonde stress nodig om voldoende uitdaging te hebben en zich goed te voelen.

Dus stress zorgt niet enkel voor overleving, maar ook voor vooruitgang en zelfontwikkeling. Darwin toonde aan dat niet de sterkste of de slimste overleeft, maar wel de soort die zich het gemakkelijkst aanpast aan nieuwe uitdagende omstandigheden. Grote dinosauriërs zijn uiteindelijk uitgestorven, aangepaste soorten hebben de veranderingen die zijn opgetreden overleefd. Wie zich niet aanpast, sterft. Darwin zag dat als een positieve kracht. Niet als een ramp. Dat is de ware evolutie.

De evolutie maakt kleine stapjes, maar zet een sprong voorwaarts als er grote problemen opduiken. Dan worden nieuwe vaardigheden aan het bestaande deel van de hersenen toegevoegd. Dat zou de reden kunnen zijn waardoor aan de rand van de tektonische platen van de aarde de hoogste beschavingen hebben geleefd. We weten dat op die plaatsen het meeste aardbevingen, tsunami’s en uitbarstingen van vulkanen gebeuren. Daar moeten de bewoners zich het snelst aanpassen aan de steeds wisselende omstandigheden. Daar ondergaan de hersenen een snelle evolutie. Hersenen zijn plastisch, ze groeien, ze worden groter.

Door de eindeloze wijzigingen ontstaan de meest aangepaste soorten. We krijgen een duw in de rug. We kunnen ons aanpassen aan nieuwe eisen, evolueren, tot zelfinzicht komen, diepgang bereiken en ons bezig houden met de dingen die er echt toe doen. Enkel bij stilstand, bij het niet willen verlaten van de comfortzone worden stress en burn-out een rampzalig fenomeen. We hebben de veerkracht nodig om te veranderen.

De moderne hersenen die typisch zijn voor de mens hebben zich gedurende onze evolutie razendsnel ontwikkeld. Daardoor zijn ze soms niet meer in staat voldoende controle uit te oefenen op de andere delen van de hersenen. In zware stormen, bij grote veranderingen nemen de oerhersenen nog altijd de controle over. En des te vlugger naarmate we minder veerkracht hebben. Het woord veerkracht geeft mooi weer wat er gebeurt bij een burn-out. Na een verstoring van een stabiel evenwicht ontstaan een trilling (positieve energie) en druk waaraan je je moet aanpassen. Zo kom je aan bij een nieuwe werkelijkheid, wellicht even goed of beter  dan voorheen.

Vooral de storm die in ons lichaam ontstaat bij een burn-out, is echter voor ons reptielenbrein een ideale gelegenheid om het gezag over te nemen. Dan zien we veel onlogica, impulsiviteit en emotionele instabiliteit.

Dus de oerhersenen nemen nogal dikwijls de controle over. En die oerhersenen werken volgens een bepaalde procedure die er ongeveer als volgt uitziet:

  • Ik wil niet wachten, wat ik wil bereiken wil ik nu hebben, onmiddellijk. Ik wil dan niet op lange termijn denken, enkel aan kortstondige onmiddellijke bevrediging. Planning op lange termijn veroorzaakt chaos, hoofdpijn, spierpijn, vluchtgedrag, agressiviteit. Dus geef wat ik wil, nu, onmiddellijk…
  • Ik kan en wil niet denken. Als er een gevaar is kan ik maar vechten om het gevaar te baas te kunnen of helemaal niets doen of maken dat ik wegkom. Andere opties zijn er niet.
  • Ik wil de grootste en de sterkste zijn. Ik wil dominant zijn en de beste stukken voedsel hebben. Delen met behoeftigen, dat heb ik nooit geleerd.
  • Ik wil een territorium, een gebied waar ik en alleen ik de plak zwaai. Indringers zullen genadeloos worden afgemaakt en ik zal af en toe eens proberen een territorium van een ander proberen in te palmen.
  • Ik wil mijn genen zoveel mogelijk verspreiden en wil dus steeds op jacht gaan naar een partner. Dat vult, naast het zoeken van een gepast territorium en voldoende voedsel, mijn leven.
  • Alleen Ik ben perfect, de anderen zijn maar zus of zo.

 

Om deze primitieve impulsen te overwinnen en om te kunnen leven als een volwassen en verstandig mens hebben we een andere deel van het brein nodig, de cortex. En we hebben ook een goede veerkracht nodig. Op 26 mei zullen we het daar uitgebreid over hebben op ons congres. Je kunt al een kijkje nemen op http://www.neuroscience-information-network.be

Stuur een mail naar info@stressmanagement.be en dan kunnen we je exclusieve deelname in orde brengen.

(c) DIFFERENT BVBA

 


HET WERKGEHEUGEN

februari 6, 2016

H

Brain

Scanning of a human brain by X-rays

et merendeel van de informatie binnen via  de oude oerhersenen. Dat is een deel van ons brein waar de oermens op impulsieve en snelle manier besliste of hij moest vluchten, vechten of gewoon zich stilletjes houden. Daarom reageren mensen soms zeer impulsief en dus dikwijls verkeerd, of angstig of woedend.  Gelukkig kunnen we de prikkels even vasthouden en selecteren en zo is een rationele, meer verstandige beslissing en reactie mogelijk. Maar dat wikken en wegen van informatie kost tijd. Het rationele brein, de prefrontale cortex, reageert 5x trager dan ons emotionele brein. Dus zonder korte termijn geheugen zouden we rondlopen zoals kippen zonder kop. Ons brein raakt oververhit en de burn-out is in de maak. Teveel informatie is niet altijd een voordeel. Er moet geselecteerd worden en er moet ook tijd gewonnen worden. Bedankt korte termijn geheugen.

Het werkgeheugen is  een tijdelijke opslagplaats in de hersenen.  Gemiddeld kunnen we zo’n 7 items (plus of min 2) opslaan. En daar dan iets mee doen. We weten ondertussen dat we dat werkgeheugen kunnen trainen en vergroten.

Omdat het  snel vol is wordt de informatie gefilterd. Het kan nieuwe informatie een tijdje vasthouden maar ook informatie terug roepen  vanuit het lange termijn geheugen en die dan opnieuw bewerken en in een aangepaste context plaatsen.

 Wat doet het werkgeheugen?

Het werkgeheugen wordt vooral gebruikt bij actieve denkprocessen, het maken van rekensommen, herinneringen ophalen of het onthouden van een nieuw telefoonnummer of het kenteken van een wagen. Dit helpt ons alweer om betere beslissingen te nemen. Maar er zijn ook onderzoekers die aantonen dat mensen met een goed werkgeheugen kalmer, gezonder, alerter en minder impulsief worden. We kunnen gewoon beter en geduldig plannen.  We kunnen zelfs beter voetballen of autorijden. Als er wat gebeurt, er komt onverwacht een wagen op je af van rechts, dan maakt het werkgeheugen de juiste keuze en je neemt de correcte beslissing. Als het werkgeheugen zwak is nemen we impulsieve beslissingen en dan kan het verkeerd aflopen. Het loont dus de moeite dat werkgeheugen te trainen en onze impulsiviteit wat in toom te houden. Kinderen en volwassen met verschijnselen in de aard van ADHD kunnen er hun voordeel mee doen. Maar iedereen wordt er beter van.

  • Gebruik audiotapes
  • Schrijf veel op
  • Maak checklists  voor terugkerende taken
  • Zoek uit of je vooral visueel of auditief sterk bent of eerder op gevoel reageert
  • Deel informatie en plannen in, en maak er kleine subdoelen van
  • Gebruik vooral veel visuele hulpmiddelen
  • Vraag feedback als je een moeilijke beslissing moet nemen. Zo leer je succesvolle beslissingen herhalen.
  • Als je neiging hebt impulsief te reageren, denk dan even logisch na. Maak bijvoorbeeld een rekensom en reageer dan pas. Je beslissing zal beter zijn. De oude regels, tel eerst tot tien voor je beslist, of slaap er een nachtje over, zijn zo gek nog niet.
  • Er zijn goedkope apps die kunnen helpen. Dure lessen en hulpmiddelen zijn zeker niet nodig
  • En misschien het belangrijkste: beweeg. Recent onderzoek ( vooral de Nederlandse onderzoeker Scherder) bewijst dat bewegen zeer noodzakelijk is en de beste training voor een gezond brain.
  • Luister naar goede muziek. Neuropsycholoog Erik Scherder: Muziek geeft een beter leven – New Scientist
  • Gebruik rituelen en routine
  • Leg de dingen die je gemakkelijk kwijt speelt op een vaste plek
  • Zaken die je vlug vergeet verbind je best met een emotie. De emotie heb je onder controle want je zit in je werkgeheugen maar die emotie haalt de informatie wel terug naar boven.
  • Nooit multitasken, maar dat weten we onderhand al wel.  Focus op één ding tegelijk.
  • Neem voldoende rust en eet gezond met gezonde vetzuren ( omega-3) en blueberrys
  • Lichaamsbeweging – Hardlopen of fietsen kunnen het werkgeheugen vergroten.

(c) DIFFERENT BVBA

Wil je er alles van weten, kom naar ons congres op 26 mei met nationale en internationale sprekers. Daar wordt een ganse dag geoefend over neuroplasticiteit, uitbreiden van werkgeheugen en veerkracht en voorkomen van burn-out.
Stuur een mailtje naar info@stressmanagement.be of neem een kijkje op http://www.neuroscience-information-network.be

 

 


Het reptiel in ons

oktober 1, 2015

In feite is er niets mis met het verschijnsel stress. Korte periodes van stress hebben een positieve functie. Dan passen we ons aan aan veranderende omstandigheden. Stress is een normale, fysiologische reactie van het lichaam. Bij gevaar zorgen deze veranderingen ervoor dat je kunt vechten of vluchten of je heel stil houden. Een roofdier of een andere vijand wordt zo van antwoord gediend. Dit is een normale reactie, gestuurd door ons oerbrein. En we leren van elke bedreigende situatie, een volgende keer zijn we beter voorbereid. Was mich nicht umbringt, macht mich stärker ( Nietzsche).
Stress helpt ons efficiënt te zijn in een wereld vol met nieuwe prikkels.

Reptielen hebben een brein zo groot als een uit de kluiten gewassen walnoot. En toch overleven ze al miljoenen jaren. Die walnoot is dus blijkbaar in staat een lichaam dat in de oertijd duizenden kilo’s woog op een meesterlijke wijze te besturen. Een reptiel wordt volledig door de autonome hersenen en het instinct geleid. Een meesterlijk concept. En hun brein is de oorsprong van onze moderne hersenen. Mensen en misschien bepaalde primaten hebben een tweede en een derde laag ontwikkeld in het brein. Daar worden prikkels gewikt en gewogen, gesorteerd of opgeslagen. Sommige prikkels krijgen later nog een reactie, andere hoeven geen reactie en sommige moeten direct beantwoord worden. Die selectie gebeurt in ons moderne brein.

Er is nog een laag tussen het moderne mensenbrein en het reptielenbrein en dat heet dan het limbisch systeem. En daarin zitten de amygdala die veel van ons emotioneel leven regelen. Reptielen zonder limbisch systeem hebben geen emoties. Ze overleven gewoon en planten zich voort. Ze kijken met glazen ogen naar de wereld.

Samen met het limbisch systeem en de amygdala komt er ook nog een emotioneel en instinctief leven.
Met behulp van het mensenbrein bestaat er naast angst, agressie en woede en seksuele drift ook loyaliteit, flexibiliteit, en een vorm van gevend gedrag en positivisme. Ons mensenbrein is het antwoord op de impulsiviteit en de agressie of angst van in de oertijd. We hebben ons als mens goed aangepast. We hebben als mens het palet van gevoelens uitgebreid.

Op CT Scans zien we de menselijke hersenen die zorgen voor denken, logica en allerlei abstracte begrippen zoals algebra, driehoeksmeetkunde en dergelijke. Als dat deel van het brein niet goed werkt ontstaan allerlei problemen. En dat is wat er gebeurt bij langdurige chronische stress.

Dus korte stress waarna we recuperatietijd krijgen kan eigenlijk niet zo veel kwaad. En korte stress zet aan tot groei, verandering en vernieuwing. Maar langdurige onafgebroken stress zonder voldoende recuperatiemogelijkheid vormt wel een probleem. Dan komt agressie, angst en impulsiviteit op de voorgrond.

De moderne hersenen die typisch zijn voor mensen hebben zich gedurende onze evolutie razendsnel ontwikkeld.

Maar de omgeving is sneller veranderd en zo worden we bloot gesteld aan te veel prikkels. Door te veel prikkels zijn deze hersenen niet meer in staat controle uit te oefenen op de andere delen van de hersenen. Men zou kunnen zeggen dat in zware stormen de schipper niet meer in staat is zijn schip te besturen.

En dan nemen de reptielhersenen het roer van het schip over. Dat kan soms goed verlopen, maar er gaat veel energie verloren en deze reptielhersenen kunnen ons soms in moeilijke situaties brengen met impulsiviteit en emotionele instabiliteit.

Dit gebeurt wanneer de stress chronisch wordt. Of wanneer we niet genoeg recuperatietijd hebben. In zo’n tijd leven we nu. Alles evolueert razendsnel. Onze hersenen kunnen niet meer volgen. We geraken nooit meer echt ontspannen. En dan komen de symptomen van chronische stress, chronische vermoeidheid, burn-out en bore-out te voorschijn. Dan wordt stress een negatief fenomeen.

Meer info, zie http://www.stressmanagement.be

(c) Different BVBA


Stress als vriend

augustus 30, 2015

Dag allemaal,

De laatste tijd zijn er weer heel wat berichten die de nadruk leggen op de positieve kant van stress. Natuurlijk kan stress heel vervelend zijn met ziekten, burn-out en depressie tot gevolg.

Maar toch horen we ook geluiden dat de aanpak belangrijk is en het denken. Dat zou veel uitmaken.

Een inspirerende wetenschapper is de Amerikaanse Kelly McGonical die recent in de beroemde TED talk een professionele confessie deed.
KellySpeaking
Voor deze getuigenis, klik hier. 

Wij  nemen ons voor met deze gegevens rekening te houden in onze nieuwe training op http://www.stressmanagement.be

En we nemen dan ook enkele gegevens mee uit de hersenwetenschappen.

Boeiend toch.

Hopelijk tot binnenkort

Luc


Ken je brein

augustus 5, 2015

KEN JE BREIN

–         Laat je dikwijls rommel rondslingeren en stel je vele dingen uit?

–          Ben je dikwijls nodeloos bang?

–          Word je soms kwaad zonder goed te weten waarom?

–          Ga je vlug in discussie?

–          Wordt je soms vijandig en wraakzuchtig?

–          Eet je soms te veel?

–          Wordt je boos omdat je alweer in de file staat?

–           Heb je nood aan een grote intieme en persoonlijke ruimte

–          Kun je de dingen niet uitstellen en eens rustig nadenken

–          Ben je veel te impulsief

–          Wil je dikwijls gelijk krijgen of de baas zijn in een discussie

–          Zou je soms iemand wel eens een mep willen verkopen?

–          Ben je minder en minder efficiënt

–          Ben je dikwijls moe

–          Ben je soms beu dat ja weer naar het werk moet

–          “Seks”, denk je daar veel aan

–          Kun je je mateloos irriteren in andere mensen

–          Pieker je veel

–          Denk je veel aan vrijen, drinken, werk, slapen, dromen

–          Wil je perfect je werk doen maar het lukt maar niet

–          Lijd je aan sletvrees

–          Lijd je aan smetvrees?

–          Zou je wel eens meer performant willen zijn

–          Vergeet je veel?

–          Zou je wel willen dat de dingen gemakkelijker zouden gaan?

–          Haat je sommige mensen?

–          “Vergeven wel, vergeten nooit.” Zeg je dat ooit?

–          Wil je meer discipline?

–          Wil je meer autoriteit?

–          Wil je meer succes in het leven?

–          Wil je meer geluk?

–          Roep en tier je soms?

–          Wil je de baas zijn?

In een nieuwe workshop leren we dat al deze gedachten of gedragingen uit het brein komen. Zo leren we je een performante methode om daar goed mee om te gaan. De training heet: “De hersenen van het reptiel” om zo aan te geven dat veel van deze wensen en gedragingen uit de oudste structuren van het brein komen.

In deze workshop maken we gebruik van de laatste inzichten in de neurosciensce. We weten nu dat we het brein kunnen opdelen in een deel dat ons bestookt met impulsieve neigingen, agressie en angst en een ander deel dat heel rationeel wil omgaan met de dingen.

– hoe brengen we deze onderdelen van het brein in evenwicht?

– hoe kunnen we daardoor verstandige beslissingen nemen in ons leven, plannen maken en ze ook
uitvoeren?

– hoe vermijden we stress en burn-out?

– hoe communiceren we beter met onszelf?

– hoe leggen we het stemmetje in onszelf het zwijgen op?

– hoe gaan we om met agressie en angst

– hoe gaan we om met die vervekende mensen om ons heen?

– hoe bereiken we wat we willen?

– hoe praten we op met impact?

– heb je soms het gevoel dat je kwaad wordt, in discussie gaat of plots niet meer echt opkomt voor jezelf?

En dat gebeurt allemaal zonder dat je het zelf wilt. En dan heb je nog dat vervelende stemmetje in jezelf dat je voortdurend opjut en ongerust maakt. Zo bereik je nooit je doelen. En je weet niet welke houding aannemen in cruciale situaties!

Wist je dat je brein zo gebouwd is zodat deze dingen bijna niet te vermijden zijn. maar je kunt het leren. beter omgaan met jezelf, je collega’s, je klanten en op een rustige manier betere resultaten bereiken.

Dat leer je in deze workshop.

WANNEER: 19 november 2015

WERKUREN: van 09h30 tot 17u

DEELNEMING: 470 euro plus BTW. Inbegrepen cursus, oefeningen, zeer verzorgde catering en syllabus ( slides) en attest van deelname.

GRATIS MINICURSUS VOOR DE VROEGE INSCHRIJVERS: mensen die inschrijven voort 31/08 kunnen nadien gratis hun denkprofiel laten bepalen op een af te spreken moment. En krijgen dan ook een korte coaching na de afname van die test zodat ze direct aan de slag kunnen. Dat is een buitenkans die na 31/08 niet meer aangeboden wordt. De waarde van dit aanbod, dat gratis wordt aangeboden aan de vroege vogels,  is 150 euro.

Schrijf snel in. je kunt een mail sturen naar info@stressmanagement.be of gebruik maken van de inschrijfknop. Het is nieuw en maakt komaf met vervelende gewoontes en verhoogt jouw performantie.

info@stressmanagement.be

http://www.stressmanagement.be

 

(c) DIFFERENT BVBA


Bore-out?

juli 14, 2015

‘Mijn chef wil alles zelf doen. Ik heb niets omhanden en verveel me dood op het werk. En toch kom ik ’s avonds uitgeput thuis. Ik kan alleen nog TV kijken en gaan slapen. Het leven heeft geen zin voor mij.’ Dat is een typische uitspraak voor mensen met bore-out. Ze zijn ‘onderbelast’, want ze hebben een werk dat niet voldoende afwisselend of uitdagend is. Het taboe is groot, want mensen willen niet graag als leegloper beschouwd worden.

Het verschijnsel bore-out werd zeer recent in het boek “Diagnosis Boreout” door de Zwitserse bedrijfsadviseurs Peter Werder en Philippe Rothlin beschreven. Ze zijn ‘onderbelast’, want ze hebben een werk dat niet voldoende afwisselend of uitdagend is. Het taboe is groot, want mensen willen niet graag als leegloper beschouwd worden. Op bore-out rust een nog groter taboe dan op burn-out.  En heel jammer is dat het verschijnsel in de wetenschappelijke wereld weinig of geen aandacht krijgt, terwijl het bijna even frequent is als een burn-out.

Cynisme, overdreven emotionaliteit en vervelende lichamelijke symptomen zoals hartkloppingen en spierpijn ontstaan zowel bij overbelasting als bij onderbelasting.  Vaardigheden en uitdagingen moeten in evenwicht zijn. De individuele verschillen van mensen moeten goed kunnen aangepast worden aan hun omgeving.

Deze mensen klagen vooral over die bazen die niet voldoende delegeren of enkel vervelende klussen delegeren. Wanneer een chef niet voldoende delegeert wordt de baan zinloos, vervelend en saai. Dan zien we nog enkel de vervelende aspecten van het werk. Burn-out is de tegenhanger van bore-out. Cynisme, overdreven emotionaliteit en vervelende lichamelijke symptomen zoals hartkloppingen en spierpijn ontstaan zowel bij overbelasting als bij onderbelasting. Burn-out en bore-out samen zien we in 15 % van ons bestand. Bore-out vormen daarvan 7%. Dus leidinggevenden hebben een zware verantwoordelijkheid. Vaardigheden en uitdagingen moeten in evenwicht zijn.

De oplossing voor een bore out is ook niet zo voor de hand liggend als ze in de eerste plaats lijkt. De raad geven gewoon wat sneller en passioneler te werken helpt niet. Dit is echt een simplistische manier van denken. Deze mensen moeten gaan praten met hun chef en aantonen dat ze best wat meer verantwoordelijkheid willen opnemen. Maar dat is natuurlijk moeilijk. Ze worden immers vlug voor lui aanzien. En mensen met bore-out schamen zich dan dood. Want ze zijn niet lui. Men heeft ze jaren laten wegkwijnen, zonder opleiding, afwisseling of promotie. In een soort vergeetput op het bedrijf.

Er is weinig info en nog minder cijfermateriaal beschikbaar over bore-out. Er wordt weinig onderzoek naar gedaan. Wie een bore-out heeft, hoor je op den duur ook niet meer. Wij zien ze wel, als patiënt. Terwijl de oplossing toch in een goed gesprek met de chef ligt. Want ik kom, ook nu, in de tijd van het “nieuwe werken” mensen tegen die al 20 jaar hetzelfde soort werk doen en die zich nooit hebben mogen bijscholen. Ze zijn het moe. Ze willen wel eens graag andere talenten inzetten. Werknemers hebben te weinig te doen (te weinig werk)of meer nog te weinig uitdagende werkzaamheden (het werk is niet uitdagend genoeg). Gesprekken met de chef lopen dikwijls moeizaam en stuiten op veel onbegrip.  Maar zonder goede oplossing kwijnen deze werknemers weg, apathisch en futloos. Ze voelen zich dan overbodig en nutteloos, werken enkel om te overleven zonder nog plezier aan hun werk te beleven. Dat is natuurlijk nefast voor hun zelfvertrouwen en gaat gepaard met veel angst of erger nog, met woedeaanvallen. Hun zelfbeeld is erg aangetast. Ze voelen zich bekeken en ook in privé relaties zijn ze dikwijls voorwerp van spot en pesterijen. Dikwijls spelen ze een spelletje: ze doen alsof ze erg belangrijk werk doen, ze presteren toch overuren, praten over deadlines, houden zich bezig met privé zaken op het werk of met hun privé mails en ook zij verwaarlozen hun sociale contacten en relaties. Uit schaamte.

Het is een vicieuze cirkel: ze voelt geen uitdaging in de job, dan gaan ze zich vervelen en daalt hun concentratie. Soms maken ze fouten want door hun gedaalde concentratie letten ze niet meer goed op.  Er zijn dus geen succeservaringen, enkel mislukkingen. Dan is een gesprek met de manager vlug aangewezen. Maar deze mensen zullen zich niet vlug spontaan melden. Liever melden ze zich ziek. En eerlijk gezegd, ze zijn ook erg ziek. En ze hebben helemaal geen zelfvertrouwen meer.

Een bore-out is niet iets dat vanzelf zal verdwijnen. De levenskwaliteit en jobsatisfactie zal blijven dalen. Praten en actie zijn dringend aangewezen. Mensen met een bore-out hebben een laag zelfbeeld. Daar kan aan gewerkt worden. Maar dat is niet gemakkelijk, zeker niet als de toestand al jaren aansleept. Want deze mensen durven anderen niet meer in de ogen kijken, ook hun vrienden en relaties niet. Waar moeten ze dan bevestiging halen. Daarom is praten noodzakelijk. Er bestaat weinig kennis over. Een nieuwe uitdagende job is noodzakelijk. Misschien in dezelfde organisatie. En leermogelijkheden. En waardering van de chef.

De sleutel op de deur naar verbetering is echter de chef. Hij moet meer delegeren naar de mensen met beginnende bore-out. Om dat te kunnen moet de chef veel kennen   over stress, burn-out en bore-out.  Hij moet deze ziektebeelden kennen om de juiste beslissingen te nemen. Zeker omdat mensen met een bore-out dezelfde symptomen vertonen als werknemers met een burn-out.

Voor een chef is het dus niet altijd voor de hand liggend om uit te maken of het om een bore-out of een burn-out gaat. Niet elke medewerker die ’s morgens vroeg op het werk verschijnt en ’s avonds overwerk doet of werk mee naar huis neemt, is gemotiveerd. Het kan ook een strategie zijn om bore-out te verbergen.

Bore-out mag niet verward worden met luiheid, want een bore-out is een proces van jaren, bij de meest gemotiveerde mensen. Tot ze kraken.

RISICO OP BORE-OUT

Om te weten of je risico loopt op een bore-out, kun je de onderstaande vragen beantwoorden. Ze zijn opgesteld naar een idee van Rothlin en Werder. Beantwoord elke vraag met ja of nee. Wanneer je op meer dan acht vragen ‘ja’ geantwoord hebt, is er een verhoogd risico op bore-out.

  • Hou je je ook bezig met zaken voor je privéleven tijdens de werkuren?
  • Doe je veel routineklussen op het werk?
  • Vind je je job eentonig?
  • Wek je dikwijls de indruk druk bezig te zijn terwijl dat helemaal zo niet is?
  • Denk je er niet aan je werk aan je vrienden aan te raden?
  • Wil je een andere job?
  • Werk je enkel voor je salaris?
  • Verstuur je e-mails of sms’jes naar je vrienden en kennissen tijdens de werkuren?
  • Heb je slechte collega’s?
  • Heb je een zee van tijd over om meer werk te doen?
  • Is jouw inbreng en zijn jouw ideeën van geen belang op je werk?
  • Telt alleen de mening van de chef?
  • Verveel je je soms op het werk?


 (c) Different BVBa

http://www.stressmanagement.be


Zelfsabotage door cognitieve dissonantie

maart 23, 2015

OVER FOUTEN EN DE MOEITE DIE WE NIET DOEN OM ZE AF TE LEREN.

 

  1. Antonioni: Met alle moeite waarmee wij sommige van onze fouten verbergen, konden wij ze ook gemakkelijk afleren.

Cognitieve dissonantie is een spanning die ontstaat bij het besef dat wat we doen of voelen niet overeenstemt met wat we denken. We volgen onze eigen mening dus niet. We ontkennen onze eigen waarden en overtuigingen.  En soms doen we dan dingen waarvan we weten dat ze niet goed zijn. Volgens de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger  ontstaat dan een heel onaangename toestand binnen onszelf. Want we verkeren  in een toestand van innerlijke verscheurdheid.

Festinger werd ook beroemd door zijn  theorie van sociale vergelijking. Die theorie zegt  dat vele  mensen zichzelf voornamelijk beoordelen door zichzelf met anderen te vergelijken. In de opleiding  denktechnieken zouden we dat een extern referentiekader noemen. En wanneer je je zelfbeeld laat bepalen door wat anderen van je denken, dan ben je in gevaar.

Wij zullen proberen ons gevoel en ons denken weer met elkaar in overeenstemming te brengen.

Cognitieve dissonantie is een gevoel van inconsistentie tussen wat je doet en wat je denkt. Dit veroorzaakt een onaangename innerlijke toestand.  Er zijn mensen  die dan zullen proberen hun ervaringen opnieuw te interpreteren.  Sommige mensen voelen  dan een sterke neiging om deze dissonanties te verkleinen door hun opvattingen ofwel hun  gedrag aan te passen. Met andere woorden, ze liegen dan tegen zichzelf en tegen de anderen. En dat is nefast. Want de andere mensen hebben dat wel door en zullen meewarig met het hoofd schudden. Je komt niet meer authentiek over.

Voorbeeld
Je mag lid worden van een exclusieve denktank. Dat is een hele eer. Na een paar bijeenkomsten zie je dat het gewoon een praat- en roddeltank is. Maar toch ervaar je cognitieve dissonantie. Je blijft geloven dat het een zeer wetenschappelijk gezelschap is.

Een klassiek voorbeeld:  een uil zit roerloos en heeft een muis in de gaten. Plots vliegt hij op, recht op de muis af. Maar toch was deze hem te snel af. “Ach,” zegt de uil, “Het loonde niet eens de moeite. Dit dier was te mager, vel over been.” De uil wou iets bereiken maar mislukte daarin. Hij geraakte in een toestand van cognitieve dissonantie en zocht uitvluchten om zichzelf goed te praten en goed te voelen.

Gevolgen voor werken in groepen

Medewerkers die een grote bijdrage leveren aan de werking van een groep hebben dikwijls een grote verbondenheid met de groep. Want tijd en energie steken in een groep kan een ongemakkelijk gevoel opleveren. Tenzij je denkt dat de groep ook veel te bieden heeft. En dus voel je je meer verbonden met de groep.

Waarom zouden we het zo moeilijk hebben om onze vergissingen gewoon toe te geven? Waarom verdedigen we zelfs acties, ook al weten we dat we er naast zitten. waarom stellen we ons gedrag niet bij maar  beginnen we met een proces van zelfrechtvaardiging. Dat moet ons helpen om een stevig zelfbeeld te behouden.

Waarom is het voor de meeste mensen zo moeilijk om een fout toe te geven of te bekennen dat ze zich vergist hebben? Waarom blijven ze soms tegen alle evidentie in  vasthouden aan hun opvattingen en hun manier van doen?

Zelfrechtvaardiging stelt ons in staat om spanning op te heffen en onze innerlijke rust te hervinden.
Zonder zelfrechtvaardiging zouden we gebukt gaan onder schaamte of spijt.

Maar ook de nadelen zijn duidelijk. We worden blind voor onze fouten en zullen dus niets meer bijleren.  Topmensen vertonen soms grote hebzucht, dictators onderdrukken soms  hun bevolking. Wetenschappers blijven vasthouden aan achterhaalde theorieën.  Waarom blijven sommige mensen  evidente blunders herhalen?  Juist, cognitieve dissonantie.

En de zelfrechtvaardiging garandeert hun nachtrust.  Mensen beginnen zich soms te wentelen in de slachtofferrol of bedriegen zichzelf constant.

Geen fouten maken is geen optie. Iedereen maakt wel eens fouten. Maar fouten durven toegeven en ervan leren is de kunst.

Dan hoeven we ons niet meer te vergelijken met andere mensen. Dan krijgen we vanzelf een authentiek en sterk zelfbeeld. En dan kunnen we de denktechniek van het externe referentiekader ook achter ons laten.

© Different BVBA

Dr. L. Swinnen


Draag zorg voor je brein

december 11, 2014

Begin deze maand verscheen een ietwat vreemd artikel van de Utrechtse neuropsycholoog Boelema. In dat artikel werd beweerd dat drinkende jongeren geen schade ondervinden aan hun geheugen,  impulscontrole of concentratievermogen. Wat volgde was een discussie op verschillende fronten, wetenschappers en leken.  Maar er ontbraken toch wel enkele metingen van de hersenfuncties in dit onderzoek.  Er waren wat testen. Maar onmiddellijk stonden de “gelovigen” op in onze wereld en ze begonnen dreigend te zwaaien, te roepen en te tieren en over de nadelen van alcohol te preken. Nu, dat zal wel juist zijn. Alcohol heeft, zeker in hogere dosis en bij kinderen en pubers een nefaste invloed. Vooral op de vaardigheid van zelfregulatie. Dit  is contact maken met je emoties, gedachten  en je gedrag en met de anderen.

Altijd online en bereikbaar zijn, multitasken, landschapsburelen,… Ons werkgeheugen staat meer dan ooit onder druk, met ernstige gevolgen voor onze productiviteit, en gezondheid.

Ook stress en depressieve symptomen zijn gecorreleerd aan een slechter geheugen en tragere verwerking van informatie.

De impact van negatieve gebeurtenissen is eveneens negatief voor ons werkgeheugen. We vergeten dan vlugger, beginnen te piekeren en maken fouten.

Laat ons naar aanleiding van deze discussie eens overlopen wat we kunnen doen om ons brein in goede conditie te houden.

  1. Gebruik uw brein. “Use it or lose it”.

Wanneer je regelmatig je brein op scherp houdt, vergeet je minder snel, maak je minder vergissingen en kun je je beter concentreren.  Dus:

Lees regelmatig een spannend boek of ga naar een lezing. Vooral een boek lezen is belangrijk.

Volg discussies op radio en in de pers

Bezoek eens een museum

Luister naar muziek

Hou je bezig met abstracte vormen van kunst of wiskunde. Ja, wiskunde is kunst.
Doe eens moeilijk. Probeer voeding te herkennen met gesloten ogen bijvoorbeeld.

  1. Let wel op, je kan zomaar niet ineens aan zware sport beginnen, maar wandelen en fietsen in open lucht, dat is goed voor je brein.
  2. Eet gezond. Let op je gewicht want obesitas verhoogt de kans op dementia.
  3. Let op je bloeddruk en cholesterol. Eet zo weinig mogelijk gefrituurd voedsel. Eet olijfolie en geen klieders boter of room, ook al zeggen de Tv koks het zo graag anders. Eet fruit en groenten en veel vis en dan vooral vette vis. Want je hersenen worden gevoed door kleine gespecialiseerde bloedvaten en we kunnen het risico op klontervorming daarin beter beperken. En wat men ook moge beweren, het eten van klieders room is slecht voor deze bloedvaten.
  4. Kijk uit met alcohol en gesuikerde dranken. Dan heeft invloed op het energieniveau van je werkgeheugen.

Alcohol beschadigt je brein en lever, soms voor altijd. Drink dus alcohol voorzichtig en met mate

  1. Zorg voor een aantal goede vrienden. Praten met vrienden maakt je een snelle denker. Bel eens een goede vriend op en bouw aan een goede relatie.
  2. Let op uw stressniveau.

Verzorg daarom uw ademhaling, probeer veel humor in te bouwen in je leven, probeer eens te mediteren…Vooral rustig ademen is belangrijk. Je moet inademen zoals je het parfum van een roos opsnuift en uitademen zoals bij het uitblazen van een kaars. Buikademhaling dus. Wie  2 x daags 10 minuten focust op de ademhaling ervaart meer rust en houdt zijn brein in conditie.

  1. Verzorg ook je slaappatroon.
  2. Train je geheugen. Schrijf veel op. Doe niet aan multitasking.
  3. Probeer namen te onthouden. Spreek mensen aan met hun voornaam aan, dan ben je verplicht een inspanning te doen deze namen te onthouden.
  4. Verzorg je zelfbeeld. Je hoeft heus geen narcist te zijn maar zelfrespect is erg belangrijk. Dan ben je ook meer geneigd je brein te verzorgen. Voel je niet onzeker of minderwaardig en vergelijk je niet met anderen. Haal gewoon het beste uit jezelf.

 

Ik weet het, het lijkt allemaal nogal triviaal maar het werkt echt. En het goede nieuws is dat je met deze eenvoudige hulpmiddelen genoeg hebt. Je moet echt niet investeren in dure games, spelletjes of voedselsupplementen. Aan bovenstaande manier van leven heb je genoeg.

 

Luc Swinnen


Sociale Steun

december 8, 2014

Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.” M.L. King
Een sterk sociaal netwerk kan je helpen bij zware en chronische stress en bij aanhoudende ziekte zoals een burn-out.

Een goed sociaal netwerk is opgebouwd door vrienden, familieleden en collega’s. Goede relaties op het werk kunnen zeer belangrijk zijn voor een goed sociaal netwerk. Daarom is de sociale isolatie en inhibitie die dikwijls gepaard gaan met een burn-out zo nefast.

Sociale netwerken bouw je op tijdens gezonde periodes waar er weinig stress is. Het moet allemaal niet erg geformaliseerd zijn. Een telefoon, een positieve ingesteldheid, eens samen wat eten of koffie drinken doet wonderen. Maar je moet goed kunnen luisteren, soms eens hulp bieden, de anderen waarderen en appreciëren. Meningen mogen verschillen, maar je moet respect kunnen opbrengen voor de mening van een ander. Gelijk krijgen is niet hetzelfde als gelukkig zijn. En wat ook wel goed om weten is: je kunt wel duizenden “likes” hebben in de sociale media, maar echte vrienden zijn dun gezaaid.
Volgende dingen zul je nooit tegen komen met goede vrienden:
1. Echte vrienden roddelen niet. Ze verspreiden nooit feiten die tot je privé leven behoren.
2. In je sociaal netwerk valt men mekaar nooit persoonlijk aan. Er wordt gepraat en geluisterd en men richt zich op de overeenkomsten, niet op de verschillen tussen elkaar.
3. Je komt er geen zinloze conflicten tegen. Een echte ruzie is een lose-lose communicatie. Alle partijen verliezen.  Wees dus altijd respectvol en ga enkel win-win relaties aan.
4. Je kan er veilig praten en je wordt er niet onderbroken.
5. Echte vrienden steunen je en moedigen je aan om je doelen te bereiken.
6. Er worden geen oude koeien uit de gracht gehaald. Het verleden is voorbij, de toekomst moet nog komen. Echte vrienden richten zich op het hier en nu.  En men is niet jaloers op je succes.
9. Echte vrienden oordelen niet of proberen je niet te veranderen.  Niemand is perfect. Bij echte vrienden mag je ook echt en authentiek zijn. Je bent misschien niet perfect, maar dat hoeft ook niet bij echte vrienden.
10. Echte vrienden hebben een lange termijn visie. Ze zijn bereid je doorheen moeilijke periodes te helpen en blijven je steunen als het lastig wordt.