Naast BORE-OUT hebben we natuurlijk ook nog kans op een BURN-OUT

juli 15, 2015

BURN-OUT

In de vorige nieuwsbrief spraken we over bore-out. Nu houden we burn-out tegen het licht.

Burn-out is een toestand van uitputting samen met mentale en emotionele ontreddering. Dat komt door het leeglopen van de energievoorraden in ons lichaam. Daardoor ontstaat een gevoel van hopeloosheid, hulpeloosheid en vooral van waardeloosheid met een laag zelfbeeld. Dit kan gepaard gaan met hoge bloeddruk, hartlijden, en uitmonden in een depressie. Het is dus goed dat we de waarschuwingstekens van burn-out kennen.

Meestal zien we een burn-out na een lange toestand van stress met weinig recuperatiemogelijkheden. We weten nu dat een beetje stress goed is voor ons, maar het mag niet te lang duren. “That which does not kill us makes us stronger.” (Friedrich Nietzsche)

Maar er is ook een ander gezegde:  “Overwork can kill (bmj). Onlangs stierf een jonge Britse dokter na vele uren overwerk met weinig slaap. Ook in ons land zien we dit soms. In Japan kent men zelfs “Karoshi”. Karoshi is dood door overwerk. Veel onderzoek is nog nodig want er zijn grote individuele verschillen en men kent alle variabelen nog niet. Maar er is zeker een interactie tussen fysieke en psychosociale oorzaken. Hoge werkbelasting met weinig recuperatiemogelijkheden en weinig autonomie verhogen de kans op ziekte en sterfte.

Te laat komen op het werk, uitstelgedrag, woedeaanvallen of angst kunnen wijzen op burn-out. In onze hersenen hebben we een klein gebied in het reptielenbrein dat al onze gevoelens registreert. Dit gebied heet de amandelkern of  amygdala. In deze kern worden al onze angsten veroorzaakt.  Dit gebied heeft geen communicatie- eigenschappen maar slaat vlug op hol. Zoals een schichtig paard bij gevaar. Eens in deze modus kunnen we enkel nog vechten ( woede), vluchten ( angst) of verstijven ( uitstellen). We hervallen in het gedrag van de prehistorische mens. En dat gedrag wordt door een burn-out uitgelokt.

Soms kan ook onbeheersbare woede ontstaan en cynisme over het gedrag en de prestaties van de medewerkers. Dergelijke woede kan gevaarlijk zijn. Zowel voor je emotionele stabiliteit als voor je hart. En voor je relaties!  Woede moet deskundig aangepakt worden.

Het frequente laatkomen of uitstellen moet een licht doen branden. Men vermijdt dan contact met collega’s of de chef. Men gaat niet meer graag naar een vergadering en zondert zich af in het bureel, als het kan met de deur – letterlijk of figuurlijk- op slot. Men isoleert zich en dat maakt alles nog erger. Want dan spreekt men met niemand over zijn klachten en mist men sociale steun. En dan is de ziekte voor vele collega’s en dierbaren een complete verrassing.

Daarnaast klagen deze mensen vaak van pijnen zoals  hoofd-, nek-, of rugpijn, en een daling van de algemene weerstand tegen infecties of kwaadaardige ziekten.

Mensen verliezen zo al hun hoop op een zinvolle job en een zinvol leven en voelen zich geïsoleerd en waardeloos. Onnuttig en onnodig. Alle illusies kwijt, niet meer geïnteresseerd in het werk. Ze zien niet meer in dat een werk niet gelijk staat met een leven. Ze denken dat ze alles verloren hebben. Zo worden ze erg negatief. Ze leren niet meer hun angsten en woede aan te pakken.

En dat kan nog erger. Naast desinteresse voor het werk komt er later ook een desinteresse voor de activiteiten buiten het werk.  Ze betrouwen niemand meer en slapen ook niet meer want ze piekeren. Gevaarlijk is dat hier ook middelengebruik kan opdagen met verslaving aan alcohol, medicatie of drugs. Of er ontstaan andere obsessies en risicovol gedrag.

Men moet alert zijn voor  deze signalen om een burn-out snel te herkennen. En praten met de chef of collega’s of hulpverleners. En letten op de thuissituatie. Daar kan je veel hulp vinden.

In een volgend artikel zullen we enkele tips aanhalen om een burn-out aan te pakken of te vermijden of om herval te vermijden.

(c) Nadruk en verspreiden verboden. Different BVBA

http://www.stressmanagement.be

Advertenties

Draag zorg voor je brein

december 11, 2014

Begin deze maand verscheen een ietwat vreemd artikel van de Utrechtse neuropsycholoog Boelema. In dat artikel werd beweerd dat drinkende jongeren geen schade ondervinden aan hun geheugen,  impulscontrole of concentratievermogen. Wat volgde was een discussie op verschillende fronten, wetenschappers en leken.  Maar er ontbraken toch wel enkele metingen van de hersenfuncties in dit onderzoek.  Er waren wat testen. Maar onmiddellijk stonden de “gelovigen” op in onze wereld en ze begonnen dreigend te zwaaien, te roepen en te tieren en over de nadelen van alcohol te preken. Nu, dat zal wel juist zijn. Alcohol heeft, zeker in hogere dosis en bij kinderen en pubers een nefaste invloed. Vooral op de vaardigheid van zelfregulatie. Dit  is contact maken met je emoties, gedachten  en je gedrag en met de anderen.

Altijd online en bereikbaar zijn, multitasken, landschapsburelen,… Ons werkgeheugen staat meer dan ooit onder druk, met ernstige gevolgen voor onze productiviteit, en gezondheid.

Ook stress en depressieve symptomen zijn gecorreleerd aan een slechter geheugen en tragere verwerking van informatie.

De impact van negatieve gebeurtenissen is eveneens negatief voor ons werkgeheugen. We vergeten dan vlugger, beginnen te piekeren en maken fouten.

Laat ons naar aanleiding van deze discussie eens overlopen wat we kunnen doen om ons brein in goede conditie te houden.

  1. Gebruik uw brein. “Use it or lose it”.

Wanneer je regelmatig je brein op scherp houdt, vergeet je minder snel, maak je minder vergissingen en kun je je beter concentreren.  Dus:

Lees regelmatig een spannend boek of ga naar een lezing. Vooral een boek lezen is belangrijk.

Volg discussies op radio en in de pers

Bezoek eens een museum

Luister naar muziek

Hou je bezig met abstracte vormen van kunst of wiskunde. Ja, wiskunde is kunst.
Doe eens moeilijk. Probeer voeding te herkennen met gesloten ogen bijvoorbeeld.

  1. Let wel op, je kan zomaar niet ineens aan zware sport beginnen, maar wandelen en fietsen in open lucht, dat is goed voor je brein.
  2. Eet gezond. Let op je gewicht want obesitas verhoogt de kans op dementia.
  3. Let op je bloeddruk en cholesterol. Eet zo weinig mogelijk gefrituurd voedsel. Eet olijfolie en geen klieders boter of room, ook al zeggen de Tv koks het zo graag anders. Eet fruit en groenten en veel vis en dan vooral vette vis. Want je hersenen worden gevoed door kleine gespecialiseerde bloedvaten en we kunnen het risico op klontervorming daarin beter beperken. En wat men ook moge beweren, het eten van klieders room is slecht voor deze bloedvaten.
  4. Kijk uit met alcohol en gesuikerde dranken. Dan heeft invloed op het energieniveau van je werkgeheugen.

Alcohol beschadigt je brein en lever, soms voor altijd. Drink dus alcohol voorzichtig en met mate

  1. Zorg voor een aantal goede vrienden. Praten met vrienden maakt je een snelle denker. Bel eens een goede vriend op en bouw aan een goede relatie.
  2. Let op uw stressniveau.

Verzorg daarom uw ademhaling, probeer veel humor in te bouwen in je leven, probeer eens te mediteren…Vooral rustig ademen is belangrijk. Je moet inademen zoals je het parfum van een roos opsnuift en uitademen zoals bij het uitblazen van een kaars. Buikademhaling dus. Wie  2 x daags 10 minuten focust op de ademhaling ervaart meer rust en houdt zijn brein in conditie.

  1. Verzorg ook je slaappatroon.
  2. Train je geheugen. Schrijf veel op. Doe niet aan multitasking.
  3. Probeer namen te onthouden. Spreek mensen aan met hun voornaam aan, dan ben je verplicht een inspanning te doen deze namen te onthouden.
  4. Verzorg je zelfbeeld. Je hoeft heus geen narcist te zijn maar zelfrespect is erg belangrijk. Dan ben je ook meer geneigd je brein te verzorgen. Voel je niet onzeker of minderwaardig en vergelijk je niet met anderen. Haal gewoon het beste uit jezelf.

 

Ik weet het, het lijkt allemaal nogal triviaal maar het werkt echt. En het goede nieuws is dat je met deze eenvoudige hulpmiddelen genoeg hebt. Je moet echt niet investeren in dure games, spelletjes of voedselsupplementen. Aan bovenstaande manier van leven heb je genoeg.

 

Luc Swinnen